| |
De Master and Creator Prize 2007 - STEPHEN FRY
In het najaar van 2007 zond de BBC de serie HIV and Me uit. In twee afleveringen ontmoet acteur Stephen Fry hiv-positieven, hun partners, hun hulpverleners. Terwijl hij in de wereld van hiv en aids rondtrekt en overal binnenstapt behoudt Fry een ontwapende openheid. Nooit is hij veroordelend of moralistisch. Des te vaker toont hij zich vooral bezorgd. En nieuwsgierig. En verrast - soms gechoqueerd. Maar altijd weet hij op de juiste toon, de juiste vraag te stellen.
Zijn geduldige en onderzoekende persoonlijkheid doet de naam van de serie eer aan: de basis van HIV and Me is de relatie die Stephen Fry (zelf hiv-negatief) met zijn hiv-positieve medemens heeft. En die zit boordevol betrokkenheid, compassie en respect. Een zeldzaamheid vandaag! In de handen van de media blijkt hiv vaak voorbestemd om alleen nog sensatie te wekken. De berichtgeving rond hiv is daarom dikwijls niet alleen oppervlakkig of leugenachtig, ze overschrijdt eveneens de grens van medemenselijkheid: het leidt tot polarisatie en stigma.
De nieuwsgierige, vragende en onbevooroordeelde houding van Fry maakt dat mensen ook durven te praten. Zelf deelt hij eveneens in die vaak emotionele en moedige openheid. Door al dat gepraat komt er veel, heel veel op tafel. Daarom zou je de serie ook wel een culturele antropologie over hiv kunnen noemen. Die gaat niet alleen over het virus zelf maar vooral over de schade die het aanricht in mensen, tussen mensen. Dit zagen we nooit ergens eerder vastgelegd: in het verlaten Middlesex Hospital vertelt Fry over het begin van de jaren tachtig, toen het noodlot voor het eerst, voornamelijk onder homoseksuelen, genadeloos toesloeg. De talloze bedlampen aan de muren van de verder lege ziekenzaal lijken de representaties van hen die toen gestorven zijn. Fry’s stem echoot in de ruimte, een kraan drupt; het is een monumentale herdenking van de geliefden, de zonen, de broers, de familieleden, de vrienden die afgleden richting een dood waar we niets over wisten...
In een familiefilmpje zien we een kind met haar vriendjes bramen plukken; ze prikt zich en ze waarschuwt dat ze een pleister nodig heeft: ze is hiv-positief en zou anderen kunnen besmetten. Het is de verdrietige verbeelding van een jongverloren onschuld, een kind dat nooit ‘bloedbroeder’ mag spelen...
Een vijftigplusser choqueert een groep schoollieren met de mededeling dat zij -‘het omaatje dat naast je in de trein komt zitten’ - hiv-positief is; haar zoon vertelt over die keer toen iemand in laffe koeienletters het woord ‘AIDS’ op de zijkant van het huis schilderde...
Jonge hiv-moeders in Afrika maken herinneringalbums voor hun kinderen die ze waarschijnlijk niet zullen zien opgroeien, alleen maar omdat er niet voldoende hiv-remmers verkrijgbaar zijn...
Een engelachtige jongen met een uitgemergeld lichaam dat doet denken aan de aids-patiënten uit de jaren tachtig zal ondanks alle medicijnen het kerstfeest van 2007 niet halen. Gelaten staart hij zijn levenseinde aan...
Een totaal opgeblazen man slikt moedig handenvol pillen, vijf keer per dag - volstrekt experimenteel, zoals haast alle hiv-remmers. De vraag waar het in zijn leven om draait: hoelang houdt mijn lever het allemaal nog vol...?
Een man die het virus kreeg via een bloedtransfusie ziet zijn voortbestaan gered in de kinderen die hij verwekte: dankzij de medische wetenschap, die het virus uit sperma kan wassen, zijn ze hiv-negatief...
Doktoren en wetenschappers wanhopen over de sterke stijging van nieuwe hiv-besmettingen onder jongeren: door de komst van hiv-remmers en het ontbreken van afschrikwekkende aids-precedenten wordt het gevaarlijke virus gebagatelliseerd...
Sommige regeringsvertegenwoordigers ontkennen het bestaan van aids. In hun ogen is hiv iets dat met rode bietjes genezen kan worden, hetgeen natuurlijk gevolgen heeft voor de uitvoerende praktijk van de gezondheidszorg. De Verenigde Staten predikt het conservatieve duo onthouding & trouw om het tij in de crisislanden te keren; het blijken zeer naïeve wapens in de strijd tegen aids en uiteindelijk is daardoor de verkrijgbaarheid van condooms alleen maar weer teruggedrongen: humanitaire hulp, misbruikt om een levensvisie te promoten, maakt het alleen maar erger...
Een vrouw is met haar zoon naar Engeland gekomen en heeft daar, toen ze ziek werd, ontdekt dat ze hiv-positief is. Omdat ze waarschijnlijk geen verblijfvergunning krijgt moet ze terug naar Uganda. Het is volstrekt onzeker of ze daar de juiste medicijnen vindt; wie weet sterft ze uiteindelijk aan aids. Dat trieste vooruitzicht heeft haar doen besluiten om haar zoon voor adoptie af te staan: aids-wezen genoeg in Uganda...
En zo gaat het maar door: bloedstollende, hartverscheurende, misselijkmakende verhalen. Pijnlijk is dan het beschuldigende vingertje dat de hiv-positieve zelf aanwijst. Wat lost dat op?
Iedereen in HIV and Me is bang maar houdt moed en gaat dapper verder. Iedereen lucht zijn hart en spreekt over zijn pijn maar klaagt niet. Iedereen is teleurgesteld maar hoopt op meer begrip van de wereld. Iedereen is bezorgd over zichzelf maar vooral over anderen die nog besmet zouden kunnen worden.
En je vraagt je af of het ooit anders wordt. Of die bevooroordeelde lieden die bang zijn voor hun eigen angst en daarom zieken moeten vernederen, ooit tot inzicht komen. En je hoopt dat landen en staten zich eens wat nauwkeuriger aan De Rechten van de Mens (1948!) zouden houden door de inreisbeperkingen voor hiv-positieven op te heffen en/of zieken wél een verblijfsvergunning en recht op medische zorg te geven. En je ziet het voor je eigen ogen gebeuren hoe in korte tijd legers en een ontstellend hoeveelheid materieel gemobiliseerd wordt voor de oorlog in Irak terwijl er elke dag weer zo’n 8.500 hiv-positieven aan aids sterven omdat er niet genoeg pillen zijn, de distributie ervan ergens hapert, een overheid corrupt is. En je stemde zo strategisch mogelijk in de hoop dat de onmeetbare vermoeidheid die veel hiv-positieven ervaren en hun leven dikwijls volledig lamlegt wél recht geeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, al is het gedeeltelijk. En je hoopt dat een ieder die op een bepaalde manier risico heeft gelopen een test laat doen, zodat in ieder geval het ergste kan worden voorkomen. En je wenst dat iedereen – jongeren maar ook ouderen die dankzij de erectiepillen weer seksueel actief geworden zijn - het veilig doet omdat hiv-positief zijn meer is dan één keer per dag een pilletje slikken. Want hiv – het grenzeloze virus dat zelf geen voorkeur voor rangen en standen heeft, niet selecteert op leeftijd, niet discrimineert en niet seksistisch is en waarvan veel dragers vandaag niet weten dat ze morgen ziek worden - brengt een onnoemelijke grote, sociale schade toe: economisch, fysiek én psychisch. We zijn niet cynisch als we het volgende zeggen: met het virus, opgedaan in een oogwenk, blijf je uiteindelijk moederziel alleen en doodmoe achter terwijl de rest van de wereld vrolijk verder gaat – alsof er niets met je gebeurt is. Wie ziek is in een wereld waar gezondheid de dienst uitmaakt leeft in een soort tweede instantie. En je mag je dan gelukkig prijzen als je dan in het rijke Westen woont, waar medische zorg vaak wel onder handbereik is...
HIV and Me: wat Stephen Fry’s prestatie zo lofwaardig maakt is dat hij ons laat zien dat je je op een persoonlijke manier tot zaken kunt verhouden. Dus ook tot hiv en hiv-positieven. Een persoonlijkheid heeft iedereen – journalist of niet. En niemand verplicht je tot kille afstandelijkheid dan alleen jezelf! In een schitterende voorbeeldrol heeft één iemand ons in ieder geval laten zien hoe het moet. Laten we hem navolgen, in de grootste politieke beslissingen, in het kleinste gebaar van medeleven.
Dames en Heren! De Master and Creator Prize 2007 gaat naar: Stephen Fry! |
|